De
Bergense School
concentreerde zich, de
naam zegt het al, in het
Noord Hollandse dorpje
Bergen. Het gebeurt vaak
in de geschiedenis dat
belangrijke
gebeurtenissen later
worden vernoemd naar de
plek waar iets zich
afspeelde. Denk maar aan
de School van Barbizon
en om het dichter bij
huis te zoeken; naar de
Larense School.
|
 |
 |
Het
aardige van Bergen is nu
dat het niet alleen een
kunstenaarskolonie was –
er woonden al veel
schilders aan het begin
van de twintigste eeuw -
maar dat zich er ook een
belangrijk deel van onze
kunstgeschiedenis
afspeelde. Tussen 1915
en 1925 ontstond hier de
School van Bergen, zoals
al in 1921 door de
kunsthistoricus F.M.
Huebner werd opgemerkt.
Een door het kubisme
beïnvloede
expressionistische
stroming in onze
schilderkunst die zich
kenmerkte door diepe
donkere kleuren. De
grondleggers van deze
stroming waren de Franse
schilder Henri Le
Fauconnier en de
Nederlander Piet van
Wijngaerdt. Zij
vonden voor hun
theorieën over een
nieuwe schilderkunst die
zij hadden vastgelegd in
Het Signaal, veel
navolgers onder de jonge
schilders. Een deel van
hen woonde en werkte
geregeld in het
natuurschone Bergen en
er waren veel onderlinge
vriendschapsbanden.
|
Daar in het rustieke
Bergen vestigde zich in
1918 ook de verzamelaar
Piet Boendermaker die
zich bij het verzamelen
van kunst liet adviseren
door de schilder Leo
Gestel. Zijn huis
werd een middelpunt waar
veel schilders vaak te
gast waren. Boendermaker
zou de belangrijkste
verzamelaar worden van
de Bergense School.
Tot de kern van de
School worden – naast de
beide oprichters -
gerekend de schilders
Dirk Filarski,
Arnout Colnot, Jaap
Weijand, Frans Huysmans,
Else Berg, Mommie
Schwarz, Wim Schuhmacher
en de broers Matthieu
en Piet Wiegman.
Er zijn meer schilders
die in meer of mindere
mate hebben gewerkt in
hetzelfde donkertonige
wat kubistische
expressionisme, zoals
Charley Toorop, Jelle
Troelstra, Gerrit van
Blaaderen, Henri ten
Holt en Thé Lau
en zelfs bij Harrie
Kuyten is het
kenmerkende
expressionisme soms
herkenbaar in zijn werk.
 |

 |
|
Hoewel we na 1925 niet
meer spreken over de
“School” blijft de sfeer
van die tijd bij sommige
schilders nog lang
zichtbaar in hun werk.
En zelfs een tweede
generatie schilders –
geboren rond 1920-1925
denk aan Karel
Colnot, Jaap Min, Henk
van den Idsert e.a.-
leek aanvankelijk
geïnspireerd door de
donkere kleuren van hun
schilderende
voorgangers. Maar zij
vonden weldra hun eigen
- doorgaans kleurrijke -
weg. |
|
KUNSTENAARS: A:
ALTENA Regteren v.
ARNTZENIUS
B:
BERG van den
BRINKMAN
C:
COLNOT Arnoud
COLNOT Karel
D:
DEKKER
E:
F:
FAUCONNIER le
FIEDLER
FILARSKI
G:
GORDEL
H:
HERWIJNEN
HUYSMANS
I:
J:
JONG de
JONGMAN
K:
KOMTER
KRIJGER
KUYTEN
L:
LOHMANN
M:
N:
NICOLAS
NOORDEWIER
O:
OOSTING BIERUMA
P:
Q:
R:
RIJN van Nico
S:
SCHUHMACHER
T:
TONGEREN van
TROELSTRA
U:
V:
VARESE
W:
WIEGERS
WIJNGAERDT
X:
Y:
Z:
|