Frits Klein (1898-1990)
schilder van licht, kleur en harmonie
“De schilderkunst van Frits Klein is een zo puur en
helder lied en ver van alle zwaarwichtige bedoelingen en
handelingen zo harmonisch in zichzelf vervuld, dat hart
en intuïtie zich daar direct op hun plaats en zeker
weten”, schreef de journalist Hans Redeker. Het was de
openingszin van het voorwoord in de catalogus van de
Rijksakademie voor Beeldende Kunsten in Amsterdam
bij gelegenheid van de eretentoonstelling voor de schilder bij diens 70ste verjaardag.
Toen de schilder tachtig werd kreeg hij een overzichtstentoonstelling in het Van Gogh-museum in
Amsterdam. Die eer is niet veel schilders te beurt
geval- len.
Frits Klein werd in Bandoeng op Java geboren. Hij was de
zoon van een planter uit Hannover die trouwde
met de dochter van een Nederlandse arts. De kleine
Frits verhuisde als 6-jarige naar Nederland. Op zijn
21ste studeerde hij op de handelshogeschool in
Rotterdam. Toen nam hij het heft in eigen hand en
besloot schilder
te worden. Hij vertrok naar Parijs waar hij twee jaar
studeerde aan de academie van André Lhote. Opvallend
is dat hij, wat hij daar moet hebben geleerd, in ieder
geval nooit in praktijk heeft gebracht. De strenge
regels waaraan Lhote zijn eigen werk onderwierp zijn op
geen enkele manier in de vrolijke, feestelijke werken
van
Frits Klein terug te vinden. Werken die een aantal vaste
thema’s koesterden, zoals vijvers, stranden en parken,
honden, paarden, vogels en de charme van uitgaande dames
met grote hoeden, maar vooral de kleine kleurige
meisjes op de zwevende circuspaarden.
Klein was een mediterrane dromer en als zodanig
schilderde hij, naast die ruiters en amazones, ook
boomgaarden in volle bloei en alles gekoesterd door
een eeuwige zon. Hij was de harmonie en de blijdschap
zelve.
In een kleurig uitgegeven boekje gaf Sadi de Gorter,
vriend van de schilder, naast een levensbeschrijving,
een aantal recensies weer die de artistieke loopbaan van
de schilder markeerden.1 De eerste afbeelding in die
catalogus heette: “Arbres en fleur”.
Frits Klein, vader van de jonggestorven kunstenaar
Yves Klein en vriend van Matthieu Wiegman, bleef
de contacten met Nederland onderhouden en talloos zijn
de tentoonstellingen die er van zijn werk werden
georganiseerd. Ook in Parijs, Tokio, Londen, Nice en
Locarno, om maar een paar steden te noemen, was zijn
werk te bewonderen.
Zo’n beetje het laatste wat men in Nederland van hem
hoorde, was het interview dat Klein had met Bibeb in
Vrij Nederland.2 Het was bij gelegenheid van zijn 90ste
verjaardag die met een overzichtstentoonstelling in
Pulchri Studio werd gevierd. Daarna werd het stil rond
deze schilder van het paradijs op aarde.
1. Sadi de Gorter, Klein, Editions Arts Graphiques D’
Aquitaine – Libourne,
1972
2. Bibeb, Vrij Nederland, 16 april 1988