Tips verkoop schilderijen     Tips aankoop schilderijen      Alles over Veilingen            Kunstschilder documentatie

De Bergense School          Recensies tentoonstellingen      Vals schilderij van de maand!               Sitemap 
   
Home schilderijen advies

Kunst musea

Vraag en antwoord

Contact

Schilderijen 1900-heden

Schilderijen Bergense School

 

Matthieu Wiegman (1886-1971)
een groot vereerder van Cézanne


Van wie precies de drie broers Wiegman, Jan, Piet en
Matthieu hun artistieke talenten hadden geërfd is nooit duidelijk geworden. Maar het kan zeker opvallend worden genoemd als drie broers uit een gezin het ar- tistieke pad opgaan. Zo gebeurde het wel in de familie Wiegman. Ze moesten er hard voor knokken want “kunstenaar worden”, behoorde in het schoolmees- tersgezin zeker niet tot de vanzelfsprekendheden.

Matthieu en Piet Wiegman worden tot de kern ge- rekend van de Bergense School, een stroming die
in de jaren 1915-1925 een thuishaven had in het Noordhollandse Bergen. Het was een stroming die zich kenmerkte door een expressionistisch palet, een enigs- zins kubistische vormgeving en donkere kleuren met felle contrasten als tegenwicht.

Matthieu Wiegman had zich in de jaren 1908 tot 1911 aangetrokken gevoeld tot het Amsterdamse luminisme. Toch was hij een van de eersten die daar afstand van nam. En wel heel rigoureus door een deel van zijn lich- tend werk te verbranden.1 Maar hij zou de stap naar
het donkere expressionisme niet zonder meer maken. Na 1916, toen hij zijn expressionistische werk “De Prediking van Sint Willibrord” had getoond kwam hij weer geregeld terug op een lichter palet.2 Zo ontstond in 1917-1918 de bloeiende boom bij het Oude Hof in Bergen, die op pagina 66 in deze catalogus staat afge- beeld.
Wiegman was een schilder die zich niet, zoals zijn col- lega’s Filarski, Colnot, Schuhmacher, Berg, Schwarz en zijn eigen broer Piet - om er maar een paar te noemen
- aan een donker palet gebonden voelde om van daar- uit verder te experimenteren. Zijn experimenten lagen

meer in de keuze van zijn motief: hij maakte naast landschappen, figuur en stillevens ook veel religieus werk

Vanaf 1920 vond Wiegman zijn inspiratie vooral ook in Frankrijk. Het land van Cézanne voor wie hij een diepe bewondering koesterde. Hij had er vele vrienden die
er, net als hij, maandenlang neerstreken. Onder hen
de schilders Otto van Rees, Dirk Filarski, Germ de Jong, Manuel Ortiz de Zarate, Jos Croin en vele anderen.
Ze brachten vaak de zomers bij elkaar door, reisden samen, namen soms elkaars huizen over of logeerden bij vrienden die Holland definitief hadden verruild voor Frankrijk zoals de schilder Frits Klein, misschien wel de belangrijkste vriend van Matthieu Wiegman.

De bloesem die hierbij staat afgebeeld betreft ver- moedelijk een amandelboom. In de brochure die verscheen toen Wiegman in het Stedelijk Museum van Amsterdam exposeerde, stond als nummer een
vermeld: “Bloeiende Magnolia” en als nummer 58 hing op die tentoonstelling een “Bloeiende Amandelboom”. De kunstcriticus Albert Plasschaert gaf in het voor-
woord van die catalogus een beknopt overzicht van het werk van de schilder waarbij hij sprak over “de vreugdevolle statie van boomen in ’t Fransche land”.3
Hij noemde het werk dat in Frankrijk was ontstaan, be- horend tot het beste uit het oeuvre van de schilder.









1. Piet Worm en Tia Worm-Wiegman, Matthieu, Leven en werken van de
kunstschilder Matthieu Wiegman, Alkmaar, 1986, pag. 40
2. (De prediking van St. Willibrord, een tamelijk progressief schilderij voor die tijd, was in opdracht van de St. Willibrord-vereniging gemaakt voor de kapel in Heiloo. Maar de opdrachtgever haakte geschrokken af. Het doek werd algemeen als zeer baanbrekend gezien in het oeuvre van
de schilder.)
3. Albert Plasschaert, Voorwoord catalogus Stedelijk Museum Amsterdam,
1931, 4e tekstpagina.