Paul Rink (1861-1903)
vertaler van een lichtend symbolisme
Paul Rink is een voorbeeld van een schilder die in de
latere jaren van de twintigste eeuw niet de waardering
kreeg die hem - op kunsthistorische gronden - zou
toekomen.1 Gelukkig oogstte hij tijdens zijn leven die
waardering wel.
Zijn jeugdjaren bracht de schilder in spé door in
Brabant waar zijn grootvader hem de eerste beginselen
van het schilderen bijbracht. Maar de jongen wilde
meer en na een periode als leerling bij de schilder
Barent J.C. Weingärtner in Oosterhout te hebben ge-
werkt, werd hij toegelaten tot de Haagsche Akademie en
later tot de Academie van Antwerpen. Opvallend was
hoeveel Nederlandse schilders in die tijd uiteinde-
lijk de Academie van Antwerpen verkozen. Daar heers- te
in ieder geval meer begrip voor het opkomende mo-
dernisme dan bij veel Nederlandse opleidingsinstituten
waar men zich nog lang aan de traditie vastklampte.
Rink werkte in zijn jonge jaren met Arthur Briët, Pieter
de Josselin de Jong, Floris Arntzenius en Vincent van
Gogh. Met Van Gogh en De Josselin de Jong had hij
de liefde voor de hardwerkende mens en diens tragiek
gemeen.
In 1887 ontving Rink de Prix de Rome en het daar- aan
verbonden geld stelde hem in staat een aantal reizen te
maken naar Frankrijk, Italië en Spanje. Uit alle landen
bracht hij werk mee. Zo bezit het Haags Gemeentemuseum –
als het niet al is verkocht – een werk van Rink uit
Verona en heeft het Dordrechts Museum een werk dat in
Sevilla is ontstaan.
Vanaf 1892 verbleef de schilder weer meer in eigen land.
Aanvankelijk in Den Haag maar rond de eeuw-
wisseling werkte hij in Hattem, het ongerepte Gelderse
stadje dat sinds 1886 ook Jan Voerman sr. en Jan Verkade
tot inspiratie diende. Rink bleef er niet lang.
Hij verkoos tenslotte de Zuiderzee: de wondermooie
dorpjes met hun geheel eigen sfeer Volendam en Edam.
In zijn werken vinden we, net als bij zijn collega
Ferdinand Hart Nibbrig, een hang naar het symbolisme en
een sterke toename van het licht. In de tweede helft van
de negentiger jaren wordt zijn werk door dat opkomend
symbolisme gekenmerkt.2 Daarmee schaarde
hij zich bij de modern-georiënteerde schilders-elite.
In Volendam en Edam greep Rink terug op een oud thema,
de mens en de zware arbeid. Hij schilderde
het vissersleven in een stoere vormentaal en verleende
het daardoor meer zeggingskracht. Daarnaast maakte hij
ook werk in zeer heldere kleuren die hij in stevige
vlakken tegen elkaar zette; de zonnige kanten van het
landleven vormden zijn motief.
De schilder overleed jong en verdween deels in de vergetelheid. Ten onrechte; hij was een talent en zijn tijd
vooruit.
1. In het verleden organiseerde het Noordbrabants Museum
in Den Bosch
een tentoonstelling van zijn werk en in het boek
“Volendam, schilders- dorp 1880-1940”, (Waanders Zwolle,
2006) wordt ook aandacht aan hem besteed.
2. Plasschaert beweert dat het symbolistisch getinte
werk, “meisjes met margerieten” al in 1892-1894 zou zijn
ontstaan. Hollandsche Schilderkunst vanaf de Haagsche
School tot op den Tegenwoordigen Tijd,
Wereldbibliotheek, Amsterdam, 1923, pag. 293.