Tips verkoop schilderijen     Tips aankoop schilderijen      Alles over Veilingen            Kunstschilder documentatie

De Bergense School          Recensies tentoonstellingen      Vals schilderij van de maand!               Sitemap 
   
Home schilderijen advies

Kunst musea

Vraag en antwoord

Contact

Schilderijen 1900-heden

Schilderijen Bergense School

 


Edmond Bellefroid (1893-1971)

de schilder van het Limburgse land



Robert Franquinet noemde Edmond Bellefroid een beetje erfelijk belast net als zijn collega Henri Jonas.1
Beiden kwamen voort uit een romantischimpressionisme en werden geboeid en geďnspireerd door de hoogtepunten van het expressionisme, zoals die onder meer op het linnen werden gezet door hun Belgische collega Constant Permeke. Franquinet schreef ook: “Hij lijkt in dit land soms de zuidelijke en meer latinistische gezel van Chabot”.

Enige overeenkomst met Hendrik Chabot is zeker aan te treffen in het oeuvre van Bellefroid, maar als we
hem ergens werkelijk in terugvinden is het - wat zijn figuurschildering betreft - in het werk van Hendrik Wiegersma. De beide schilders moeten elkaars oeuvre hebben gekend. Hun figuren zijn groot en tragisch, maar in de weergave van het landschap stonden ze
mijlenver uit elkaar. Bij Wiegersma keerde in dat thema de rust en bezonkenheid weer, die bij Bellefroid niet te vinden was. Hij werd vooral een groot vertaler van het expressionistische landschap. Hij legde het golvende Limburgse land vast in korte driftige streken en felle kleuren: oranje, blauwe en rode akkers, bewerkt door een krachtig, onverzettelijk boerenvolk.
Over zijn landschappen schreef Willem Enzinck: “ze zijn een aan de tastbare werkelijkheid ontstegen na-
tuurgebeuren, zijn drift en bezetenheid, zijn huivering
en ontzag zijn er als het ware in gestold”.2 Toch zou de erkenning lang op zich laten wachten.

Edmond Bellefroid werd in Maastricht geboren. Al jong
werd zijn bijzonder tekentalent onderkend en het was voor iedereen duidelijk dat hij schilder zou worden.3
Als dertien- veertienjarige volgde hij teken en schilder- onderwijs aan het instituut van de romantisch schilde- rende Robert Graafland. Daarna vervolgde hij zijn op- leiding in Luik. Maar het ontbrak zijn ouders - en later ook hemzelf - aan financiële middelen om een verdere opleiding te betalen. En dat was nog een eufemisme want Bellefroid leerde de diepste armoede kennen. Soms had hij twee baantjes overdag en ’s avonds en schilderde hij een deel van de nacht. Dat klinkt roman- tisch, maar dat was het allerminst.

Zijn doorbraak als vormgever bij Sphinx kwam in de dertiger jaren op gang. Bellefroid maakte ontwerpen
en gaf in de avonduren schilderles. Hij was blij met het succes, maar zijn inspiratie vroeg om meer; hij wilde schilderen, het liefst alleen maar schilderen.
Armoede was er de oorzaak van dat Limburg hem pas na de Tweede Wereldoorlog als een van hun belang- rijkste expressionisten leerde kennen. Thans sieren zijn werken alle Limburgse musea.







1. Robert Franquinet, Palet in het Zuiden, Heerlen, 1947, pag. 67
2. Willem Enzinck, Limburgse Beeldende Kunstenaars, Den Haag, 1949, pag. 43
3. Jules Kockelkoren, De Generatie van 1900 in Limburg, Venlo, pag. 22