Tips verkoop schilderijen     Tips aankoop schilderijen      Alles over Veilingen            Kunstschilder documentatie

De Bergense School          Recensies tentoonstellingen      Vals schilderij van de maand!               Sitemap 
   
Home schilderijen advies

Kunst musea

Vraag en antwoord

Contact

Schilderijen 1900-heden

Schilderijen Bergense School

 


Jan Altink (1885-1971)
bij uitstek de vertaler van het hoge land

Anna Wagner schreef nog in 1969: “De schilder Jan Altink is hier in het Westen niet zo bekend. Zijn werk is, uitgezonderd wat grafiek, op de tentoonstelling
van De Ploeg in dit museum in 1960, nooit op een eenmanstentoonstelling in een museum in het Westen getoond”.1 En zo bleven Altink en zijn collega’s van De Ploeg elders in Nederland tamelijk onbekend. Er waren wel grote verzamelaars van zijn werk zoals de arts Rolink die zijn collectie vastlegde in twee dikke boekdelen.2 Maar de echte liefhebbers waren klein in getal. Slechts enkelen woonden in Groningen.
De eerste overzichtstentoonstelling van zijn werk vond plaats in 1978 in het Frans Halsmuseum in Haarlem.

Nog tot diep in de jaren tachtig kon men in Groningen op de veiling prachtige werken van Altink kopen voor 6 tot 8000 gulden. Daar zat heel kunstminnend Groningen bij en schudde het wijze hoofd over zulke hoge bedragen. En al die schilderijen verdwenen naar “het westen” en vonden daar een nieuwe verzamelaar, iemand die wel bereid was er zijn laatste dubbeltje voor om te draaien. De Groningers stonden erbij en lieten
het gebeuren.

De tijden zijn veranderd. Bij de grote veilinghuizen in Amsterdam staan nog geen 25 jaar later de mensen in de rij om voor bedragen van soms 60.000 tot boven de ton in euro’s een werk van Altink of een van zijn collega’s van De Ploeg te kunnen kopen. Het kan verkeren.

De uitstekende “scriptie” van Ad Petersen had de ogen van de Groningers moeten openen, maar dat gebeurde nauwelijks.3 Natuurlijk, er waren - zoals gezegd - ook
in Groningen enkele verzamelaars van zijn werk, maar in het museum hingen de Altinks, de Dijkstra’s en zelfs de werken van Jan Wiegers te lang doelloos in het de- pot. Museumdirecteur wijlen Frans Haks, die ondanks veel tegenwerking het prachtige Groninger Museum tot stand wist te brengen, had weinig tot niets met
de kunst van De Ploeg. Dat was jammer en zeer ten onrechte. Maar ook in Groningen braken andere tij- den aan en die brachten de glorie van De Ploeg terug. Gelukkig maar.

Jan Altink was bij uitstek de schilder die het land aan- voelde als geen ander. “Geen schilder heeft als Altink, de rauwheid en schoonheid van dit land gepeild en
geen heeft zo, zonder enige ophef, in dat werk de taal gesproken van zijn hart”.4
Een onstuimige taal vol emotie die sprak over de velden en weiden, wegen, vaarten en dijken in de kleuren van het prachtige hoge land.