|
|
Louis Saalborn (1891-1957)
Als Louis Saalborn zich voor de volle 100% op de schilderkunst
had toegelegd, had hij zeker tot de belangrijkste schilders uit
de vorige eeuw behoord. Maar hij verkoos uiteindelijk de wereld
van het toneel.
Saalborn voelde zich al vroeg aangetrokken tot het werk van Piet
Mondriaan. “Op vijftienjarige leeftijd kreeg ik enige wenken van
mijn vriend Piet Mondriaan die in mij iemand van zijn richting
voelde, al was ik niet geschoold”.1 Later ontving hij goede
adviezen van Piet van Wijngaerdt voordat hij zich in 1911
aanmeldde bij de Academie voor Beeldende Kunsten in Amsterdam.
Dat speelde zich allemaal af in de tijd dat Amsterdam nog
zinderde van het luminisme en bij de opkomst
van het kubisme in 1911-1912.
In het vroege werk van Saalborn is de invloed van zijn vriend
Mondriaan terug te vinden. Rond 1915-1916 behoorde hij tot de
toonaangevende moderne schilders, al was hij in eerdere jaren
onder de “actievoerders voor het modernisme” niet terug te
vinden. Geen won- der, Louis Saalborn leidde een compleet
dubbelleven. Vanaf 1908 stond hij op de planken bij het toneel-
en operettegezelschap van zijn vader, vanaf 1911 tot
1920 maakte hij deel uit van het toneelgezelschap van Willem
Royaards en in 1924 werd hij artistiek leider van de N.V.
Nederlands Toneel. Hij kreeg veel bekendheid
als acteur en regisseur. En dat kon natuurlijk niet hand in hand
gaan met een al te actieve rol binnen de schildersgenootschappen.
Aanvankelijk, zo rond zijn academietijd, was Saalborns
werk figuratief en duidelijk beďnvloed door het pointillisme en
luminisme. Nou is het woord “pointillisme” geen juiste
omschrijving; het was meer een soort “streepjestechniek” die
zijn vroege werk kenmerkte. Maar vanaf 1913 had de verwerking
van het kubisme een eigen vorm gevonden bij Saalborn. “In de
jaren omstreeks 1915 had hij intensief contact met Theo
van Doesburg en Erich Wichman, wat resulteerde in de oprichting
in 1916 van de kunstenaarsvereniging De Anderen. In die tijd
ontstonden Saalborns eerste
expressionistisch-abstracte tekeningen en schilderijen.
Hij bleef deze maken tot circa 1920, waarbij het figuratieve
element, dat zelden geheel had ontbroken, steeds meer ging
overheersen”.2
Het hierbij afgebeelde werk inspireerde Saalborn ook
tot het maken van een litho, eveneens gedateerd 1918. Zijn
belangrijke grafiek - veel fraaie drogenaald etsen
- ontstond grotendeels in deze jaren.
Louis Saalborn maakte ook een serie uitermate interessante
“muziekschilderijen”, die in de wereld van de kunst heel veel
stof deed opwaaien. Hij was een ver- nieuwer bij uitstek.
Toch zou dit begaafde dubbeltalent na ongeveer 1920 definitief
voor het toneel kiezen. Ook daarin bereikte hij de top. Op
latere leeftijd zou hij - in zijn vrije tijd- toch weer verf en
penseel te voorschijn halen. Hij werkte toen onder meer enige
tijd in Bergen.
1. Brief van Saalborn aan Albert Plasschaert, 2 dec. 1911, bezit
R.K.D., Den Haag.
2. Museumjournaal, december 1972
|