Tips verkoop schilderijen     Tips aankoop schilderijen      Alles over Veilingen            Kunstschilder documentatie

De Bergense School          Recensies tentoonstellingen      Vals schilderij van de maand!               Sitemap 
   
Home schilderijen advies

Kunst musea

Vraag en antwoord

Contact

Schilderijen 1900-heden

Schilderijen Bergense School

 

Piet van Wijngaerdt (1873-1964)
grondlegger van het Noordhollands expressionisme



Het schildersleven van Piet van Wijngaerdt, de latere grondlegger van een nieuw expressionisme, is in meer- dere fasen te verdelen. Nog voor de eeuwwisseling is zijn werk realistisch te noemen, borduurt hij enigszins voort op de Romantiek. Vanaf ongeveer 1900 is de
overgang naar de Haagse School merkbaar in zijn werk dat veelal aan de rand van Amsterdam ontstaat. Het zijn kleine - toch ruimtelijke - landschappen, slootkan- ten, bootjes in rietkragen, vaak op paneel geschilderd die zijn oeuvre herkenbaar maken. De overheersende kleuren zijn grijs, blauw en groen-bruin. Dat betreft dan de jaren tussen 1902 en 1908. Daarna worden zijn kleurgebruik en onderwerpkeuze gedurfder. Er volgt van 1909 tot en met 1913 een flirt met het lu-
minisme. De schilder neemt actief deel aan het roerige Amsterdamse kunstleven van die dagen en laat in 1909 werk zien dat door de criticus Kickert wordt aangeduid als een “vuurwerk met lichtspatten”.1

Vanaf 1913-1914 is hij een groot voorvechter voor een nieuwe schilderkunst die gebaseerd is op uitgangspunten die de Franse schilder Henri Le Fauconnier in 1912 had geformuleerd.2 Geen exacte weergave meer van het geziene, maar een interpretatie vanuit het eigen gevoel en de intuïtie. Meer ruimte dus voor de kunstenaar.

Le Fauconnier had met zijn theorieën veel jonge kunstenaars aangesproken. In 1916 zou Piet van Wijngaerdt met Henri Le Fauconnier de nieuwe uit- gangspunten uitvoerig weergeven in Het Signaal, een boekwerk dat slechts twee keer verscheen. Maar de Signaalgroep, die zich had gevormd op basis van de nieuwe ideeën, organiseerde tussen 1916 en 1922 talloze tentoonstellingen. “Het Signaal-expressionisme, dat onder aanvoering van Le Fauconnier en Van Wijngaerdt tot ontwikkeling kwam, legde de basis voor het figuratieve, donkere expressionisme van de Bergen School”, aldus Arnold Ligthart.3

Het werk van Van Wijngaerdt liet zien hoe dat expressionisme eruit zag. Het was opgezet in een strakke vormgeving waarbinnen geen ruimte was voor onnodige details. Enige invloed van het kubisme was onmis- kenbaar en de donkere kleuren kregen extra glans door de felle kleurcontrasten. Het waren hoogtijdagen in zijn oeuvre. Waren zijn onderwerpen tussen 1914 en 1919 hoofd- zakelijk landschappen en strak-opgezette stillevens, daarna zou het figuur zijn intrede doen: hardwerkende boeren, de maaier, de schipper, de jager, de boer met zijn paard of de boerin op het land. In een stoere vormentaal en sobere kleuren met felle contrasten zette hij rond 1920-1922 ook dit “Boerenvolk” neer. Het werk werd onmiddellijk aangekocht door de Bergense verzamelaar Piet Boendermaker. De jaren 1914 tot 1925 vormden de gloriejaren in het oeuvre van de schilder. Daarna zou hij niet meer tot een wezenlijke stijlverandering komen.




1. A.B. Loosjes-Terpstra, Moderne Kunst in Nederland 1900-1914, Utrecht
1987 (herdruk van 1959), pag. 255
2. La sensibilité moderne et le tableau. Cat. Moderne Kunstkring, Stede- lijk Museum Amsterdam, 1912
3. Arnold Ligthart, Henri Le Fauconnier, Kubisme en Expressionisme in
Europa, Bussum, 1993, pag. 52
 


Piet van Wijngaerdt (1873-1964) (2)
schilder van het boerenleven


Al van jongs af aan had Van Wijngaerdt een zwak voor het landschap. Liefst zo ongerept mogelijk. We vinden dat terug in zijn vroege werk dat ontstond op de plek- ken waar Amsterdam ophield en het land begon. Dat was in die tijd aan het einde van de Overtoom toen de Amstelveenseweg nog een groen sprookje was waar
de Amsterdammer hooguit op zondag ging picknicken.

Het eerste deel van zijn oeuvre - vlak na de eeuwwisseing - ontstond dan ook in de polders rond Amsterdam. Het waren vaak kleine paneeltjes die al duidelijk de hand van de meester toonden. Kunstminnend Nederland was in die dagen nog geheel in de ban van de Haagse School. Dat was ook de stijl waarin Van Wijngaerdt werkte. Hoge luchten boven zijn landschappen waarin soms de mens figureerde. Maar dan als heel klein onderdeel van de natuur; hij was er en hij was er nodig, maar hij speelde op de schilderijen van Van Wijngaerdt nog geen rol van betekenis.

Dat veranderde aan het einde van de jaren tien. Stoer en groot zien we zijn figuren tevoorschijn komen. Een van de vroegste figuurstukken laat een “Rustende boerenjongen” zien die vermoeid van het werk, tijdens de middagpauze in slaap is gevallen; de melkkan naast zich.

Uit 1919 dateert ook Van Wijngaerdt’s eerste grote
zelfportret met hoed die een slagschaduw werpt op zijn gezicht. “Het zelfportret karakteriseert. Het is forsch, zonder aarzeling, als met een ruk gedaan. De figuur is kloek neergezet, de achtergrond levendig, met het bekende blauw en groen en een vlek van het geliefd daken-rood”, schrijft de recensent van De Maasbode.1 En dan is er de Hooioogst uit 1920, een boer op de voorgrond, de grote handen gevouwen om de steel van de riek. Het is een van zijn beroemdste werken, talloze malen afgebeeld en beschreven. Helaas hangt het momenteel op de Nederlandse Ambassade in Mexico en dat is wat ver weg om in bruikleen te halen.

“De Rustende Boer” illustreert op de tentoonstelling het gedicht Herbsttag van Rainer Maria Rilke. Het is de oude boer - met pet op de grijze haren - die aan het einde van de rit zijn werk beziet. Een blik door het raam toont de hooimijt en de boerenstallen. Zijn tijd is voorbij, anderen zullen het overnemen. “Wer jetzt kein Haus hat, baut zich keines mehr. Wer jetzt allein ist, wird es lange bleiben.



1. W. Nieuwenhuis, De Maasbode, 12 october 1919. Hetzelfde schilderij werd afgebeeld in de catalogus van Kunst aan de Dijk, Zomertentoon- stelling 2003 met de datering 1930. Het stond al in 1919 afgebeeld in de Catalogus van Werken door Piet van Wijngaerdt, tentoongesteld in het Gebouw voor Bouwkunst in Amsterdam, september 1919., en in F.M. Huebner: Piet van Wijngaerdt, Nieuwe Kunst, Amsterdam, 1921