|
|
Roelof Frankot (1911-1984)
van realisme tot bijna abstractie; een onstuimig schilder
In Drenthe wordt hij graag als een schilder van eigen bodem
beschouwd en dat was Frankot ook. Niet al- leen omdat hij in
Meppel was geboren; hij zou er in
zijn leven ook vaak terugkomen. Maar voor een zeventienjarige is
het bruisende Amsterdam natuurlijk heel wat spannender dan een
provinciestadje. Hoewel het
er aanvankelijk naar uitzag dat Frankot fotograaf zou worden -
hij werkte enige tijd als zodanig - bleek zijn voorkeur
uiteindelijk toch naar een ander beroep uit te gaan: hij werd
schilder. “Van invloed op Frankots plotselinge besluit is
ongetwijfeld de kennismaking
met zijn toekomstige echtgenote, de destijds al enigs- zins
bekende schilderes Stien Eelsingh, geweest, die
hij op een tentoonstelling in Zwolle ontmoet had”.1
Roel Frankot is de jongste schilder van wie werk op deze
tentoonstelling te zien is. Hij is een complete generatie jonger
dan de schilders van de Bergense School en zoiets is voor een
kunstenaar zeer bepalend voor
de richting waarin hij zijn weg zal vinden. Toen Frankot werd
geboren was de strijd tussen de modernen en de conservatieven
(de Blauwen en de Bruinen) al bijna ge- streden en voordat hij
aan zijn artistieke drang gevolg kon geven, was ook het
expressionisme een voorbije kwestie.
Frankot kwam derhalve in Amsterdam terecht waar, zonder merkbare
strijd, een nieuwe stroming was ont-
staan aan het einde van de jaren twintig. In Duitsland
had de nieuwe stroming Die Neue Sachlichkeit al eerder van zich
doen spreken.
In eigen land was men na al het expressionistisch la- waai,
vanaf circa 1928 toe aan een ander “geluid”. Maar niet alle
waarden en verworvenheden van het expressionisme werden
overboord gezet. Er werd - met behoud van - een nieuwe weg
gevonden. Het
vormgeven in grote lijnen met weglating van onnodige details
bleef gehandhaafd, maar men trachtte via een versobering - zowel
in kleurgebruik als in de benade- ring van het onderwerp - tot
meer eenvoud te komen: tot een “zakelijk”(ontdaan van franje)
schilderij.
Heel belangrijk voor Nederland was de tentoonstelling van werken
uit de Neue Sachlichkeit, georganiseerd door De Onafhankelijken
in mei 1929 in Amsterdam. Daar kon men uitgebreid kennismaken
met de stro- ming die rond 1920 in München was ontstaan. Deze
tentoonstelling werd begeleid door een uitgebreide catalogus.2
In die catalogus legde de schrijver Niehaus de link naar Henri
Rousseau. Het is de stijl van uitgerekend deze schilder die zeer
herkenbaar is in het vroegste werk van Roelof Frankot.3
Frankot was een zeer flexibel schilder en volgde alle nieuwe
ontwikkelingen op de voet. Tot in de jaren vijftig, begin zestig
blijft in zijn oeuvre het figuratieve
element herkenbaar. Maar zijn abstrahering gaat steeds verder.
Opvallend blijft zijn excellente kleurgebruik.
Wie een werk uit zijn veelzijdige oeuvre ziet, kan het dan ook
met een foutmarge van een à twee jaar, nauwkeurig dateren. Zo
eigen en toch zo ongelooflijk veelzijdig was zijn oeuvre.
Drenthe kan blij zijn met zo’n groot schilder.
|